Cultuurgrondvrijstelling paardenbedrijf




  • Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de gemeente bij de waardering van een paardenbedrijf de cultuurgrondvrijstelling had moeten toepassen.

    Het bedrijf, bestaande uit een woning met schuur, binnenbak, buitenbak, paardenboxen, losloopruimte en mestvaal. Verder maakt van de onroerende zaak deel uit een weiland dat wordt gebruikt voor ruwvoerwinning, beweiding en uitloop voor gemiddeld 12 tot 20 paarden.

    Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de gemeente bij de waardering van het paardenbedrijf de cultuurgrondvrijstelling had moeten toepassen. De rechtbank oordeelt dat de wijze waarop het weiland wordt gebruikt (telen van het gras voor de ruwvoervoeding en het voeden van de paarden) is aan te merken als weidebouw in de zin van art. 7:312 van het BW. Verder is er sprake van bedrijfsmatige exploitatie van de grond, nu er gelet op alle samenhangende activiteiten sprake is van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid en tevens een winststreven.

    Bron: Rechtbank Utrecht 26-04/13 (LJN: BZ8155).

    “Wij kijken graag naar uw situatie ten aanzien van deze cultuurgrondvrijstelling, ook buiten de bezwaartermijn zijn er mogelijkheden om alsnog in bezwaar te gaan. Neem contact met ons op en wij zoeken voor u uit wat de mogelijkheden zijn.”